www.komp-u-ter-hulp.nl

IRQ/Com poort conflicten verhelpen

Om het even simpel uit te leggen.
Je moet er vanuit gaan  dat je maar een beperkt aantal wegen hebt, die je kan bewandelen op dat moederbord.
En als je hardware toevoegt, dan moet je die wegen gaan delen.
Dan moeten er 2 of 3 over datzelfde weggetje.

Dan krijg je bijvoorbeeld
2 onderdelen over weggetje IRQ 4
3 onderdelen over IRQ 10
3 onderdelen over IRQ 11

Toen die computer gemaakt werden hebben ze er natuurlijk wel voor gezorgd dat ze allemaal apparaten hebben aangebracht die goed met elkaar overweg kunnen, zodat ze geen ruzie gaan maken op hun weggetjes.
Het wordt anders als er bijvoorbeeld ineens een hele agressieve videokaart wordt gemonteerd.
Groot en log en slobbert brutaalweg al het geheugen op en eist de hele weg voor zich alleen.
Wat nu?
Tja dat wordt lastig.
Het net als in een bedrijf.
En als de baas gek is op gamen en die videokaart zijn lievelingetje is, dan kan je het wel vergeten.
Probeer die dan maar eens te laten ontslaan.
Dan kan je beter proberen om die uit de weg te gaan en je loopt dan niet meer over dat weggetje.
Dan ga je vragen aan je oude bekenden of je samen over hun weggetje mag lopen.
Dan goochel je wat in de Bios en wijs je dus andere weggetjes aan, in de hoop dat de rust weerkeert en ze elkaar niet langer in de haren vliegen.
Tot zover de Jip en Janneke uitleg.

------------------------------------------------------------------------------------

Hieronder wordt beschreven hoe u IRQ en COM poort conflicten kunt herkennen en verhelpen.

Twee apparaten die een zelfde Interrupt Request (IRQ), I/O poort, of basis adres delen, veroorzaken een poort conflict. Bij modems, veroorzaken dezelfde Interrupt Requests of I/O poorten meestal conflicten. Indien bijvoorbeeld een intern modem geïnstalleerd en geconfigureerd wordt voor COM2, IRQ3 in een computer waar al een fysieke COM poort aanwezig is, wordt een conflict veroorzaakt.

Sommige terminaltoepassingen, zoals ProComm, Hyperterminal en faxtoepassingen lijken geen hardwareconflicten te vertonen. pcANYWHERE is daarentegen gevoeliger voor hardwareconflicten aangezien het de communicatiehardware veel uitgebreider gebruikt.
IRQ en andere hardware conflicten kunnen verschillende problem veroorzaken. Hier zijn een paar voorbeelden:
- De modem wordt niet herkend of geïnitialiseerd.
- Langzame verbindingen of verlies van de verbinding.
- Zwart scherm na het maken van de verbinding of de computer start opnieuw op.
- De computer blijft hangen.
- pcANYWHERE voor Windows werkt niet betrouwbaar in host modus indien er IRQ conflicten zijn.
- pcANYWHERE voor DOS werkt niet betrouwbaar in host modus indien er IRQ conflicten zijn, en Windows gestart wordt. Vaak zijn er in Dos geen problemen.

IRQ/COM poort conflicten vermijden.
U kunt verschillende stappen ondernemen om u er van te verzekeren dat er geen conflicten zijn met andere apparaten of poorten. Bepaal eerst welke seriële poorten er actief zijn op de computer voordat u het modem aansluit of installeert. Op de meeste computers vindt u de volgende communicatie poorten:

I/O adres  Titel  IRQ     Beschrijving
(3F8)      COM1   IRQ4    De eerste seriële communicatiepoort op een computer.
(2F8)      COM2   IRQ3    De tweede seriële communicatiepoort op een computer.


Aangezien bij het maken van de eerste computers geen rekening werd gehouden met het gebruik van meer dan twee COM poorten, moest men bij nieuwere computers dezelfde IRQ nummers gebruiken voor extra COM poorten. Bijvoorbeeld:

(3E8)        COM3   IRQ4  Conflict met COM1
(2E8)        COM4   IRQ3  Conflict met COM2

Hier is sprake van twee keer dezelfde IRQ en dus van een conflict. Het is dus belangrijk voorzichtig te zijn met het toevoegen van nieuwe apparaten (zoals modemkaarten, netwerkkaarten, geluidskaarten en emulatiekaarten). Sommige van deze apparaten hebben jumpers om de IRQ of COM poort anders te configureren. Anderen worden via de BIOS van de computer geconfigureerd. Hoe u in de BIOS komt, verschilt van computer tot computer. Informatie hierover vindt u in de documentatie van de computer. U kunt ook de hulp inroepen van een technicus.

Hier volgen enkele veel gemaakte fouten:
- Een intern modem toevoegen dat hetzelfde geconfigureerd is als een bestaande COM poort.
- Een interne netwerkkaart toevoegen die hetzelfde geconfigureerd is als een apparaat dat een bestaand IRQ gebruikt.
- Een extern modem op COM2, IRQ3 gebruiken, terwijl een ander intern apparaat ook IRQ3 gebruikt.
- Een intern modem op COM3, IRQ4 zetten (conflicten met COM1, IRQ4).
- Een geluidskaart en een intern modem op IRQ5 zetten.

Enkele populaire instellingen
Deze instellingen zijn ideaal voor eenvoudige systemen met een intern modem en zonder andere interne apparaten (zoals een geluidskaart, CD-ROM of netwerkkaart). Hierbij worden geen IRQ nummers dubbel gebruikt:

COM1           IRQ4   Standaard COM1 poort
COM2           IRQ3   Standaard COM2 poort
COM3           IRQ5   Intern modem

De volgende instellingen werken goed indien u een intern modem en een netwerkkaart gebruiken wilt:

COM1           IRQ4   Standaard COM1 poort
COM2           IRQ3   Intern modem *
Netwerkkaart   IRQ5   Netwerkkaart


* OPMERKING:
In dit geval raden wij aan de originele COM2 poort te deactiveren voordat u de interne modem installeert. Bij sommige computers kunt u dit in de BIOS SETUP doen, bij andere moet u switches of jumper settings op de I/O kaart of op het moederboard wijzigen om een COM poort te deactiveren.

Beschikbaarheid van IRQ's
Hieronder vindt u de Interrupt Requests die vaak voor apparaten gebruikt worden:
- Geluidskaarten gebruiken vaak IRQ 5 of 7.
- Netwerkkaarten gebruiken vaak IRQ 2, 3, 4, 5, 7, 10, 11, 12 of 15.

Hieronder vindt u enige extra Interrupt Requests die beschikbaar kunnen zijn:

IRQ5    Gereserveerd voor LPT2   Op de meeste computers bevindt zich geen LPT2; normaal gesproken wordt IRQ5 niet
                                 gebruikt.
IRQ7    Gereserveerd voor LPT1   Veel geluidskaarten functioneren prima met dit IRQ.

IRQ10   Vrij
IRQ11   Vrij
IRQ12   Vrij                     Vaak gebruikt voor een PS/2 muis.
IRQ15   Vrij


Manieren om meer informatie te krijgen.
De zekerste manier om hardware instellingen te controleren is door te kijken naar de jumper settings, en deze informatie op te zoeken in het handboek. Sommige programma's, zoals MSD (Microsoft Diagnostics), kunnen eveneens handig zijn. Let op: deze diagnostische programma's kunnen soms verkeerde informatie geven.

Microsoft Diagnostics, of MSD, wordt geleverd met Microsoft Windows, en met MS-DOS 6.0 en hoger. Voer MSD uit, en druk op C om COM poort informatie te zien. Gebruik het I/O address nummer bij het bepalen van de COM Poorten. Sommige oudere BIOSen kunnen COM poorten soms niet goed herkennen.

                       COM1:   COM2:   COM3:   COM4:
Poort Adres           03F8H   03E8H   N/A     N/A
Baud Rate              2400    2400
Pariteit               Geen    Geen
Data Bits              8       8
Stop Bits              1       1
Carrier Detect (CD)    Nee     Nee
Ring Indicator (RI)    Nee     Nee
Data Set Ready (DSR)   Nee     Ja
Clear To Send (CTS)    Nee     Ja
UART Chip              8250    16550AF

Het hierboven getoonde MSD scherm laat zijn dat u een COM1 (3F8) poort actief heeft en een COM3 (3E8). Merk op dat de COM3 zich in de COM2 kolom bevindt. Dit is niet correct. Het komt door een DOS functie genaamd Address Packing. Hierbij worden niet voorkomende COM poort adressen opgevuld door het verplaatsen van de informatie van een COM poort met een hoger nummer. Kijk voor exacte informatie altijd naar het gegeven poortadres.

                       COM1:   COM2:   COM3:   COM4:
Port Address           03F8H   N/A     03E8H  N/A
Baud Rate              2400            2400
Pariteit               Geen            Geen
Data Bits              8               8
Stop Bits              1               1
Carrier Detect (CD)    Nee             Nee

Ring Indicator (RI)    Nee             Nee
Data Set Ready (DSR)   Nee             Ja
Clear To Send (CTS)    Nee             Ja
UART Chip              8250            16550AF

Microsoft Windows gebruikt eveneens het "huidige instellingen MSD rapport. Indien u hardware toegevoegd heeft na de installatie van Windows, moet u vaak handmatig de COM poort instellingen veranderen in het Windows Configuratiescherm. Deze instellingen moeten overeen komen met de harware instellingen die verderop in dit document beschreven worden.

Volg de instructies hieronder om te bepalen welk IRQ een COM Poort gebruikt in 95:
1. Klik op Start, ga naar Instellingen en kies Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op het icoon Systeem.
3. Kies de tab Apparaatbeheer.
4. Dubbelklik op Poorten (COM & LPT).
5. Kies de COM Poort waarmee het modem verbonden is en klik op Eigenschappen.
6. Kies de tab Bronnen.
7. De IRQ wordt aangegeven als Interrupt Aanvraag.

Hier vindt u informatie over de IRQ instellingen van netwerkkaarten:
- NVER: kan het IRQ nummer aangeven.
- NET.CFG: Een configuratiebestand dat het IRQ nummer kan aangeven.
- IPX: Indien u IPX gebruikt, probeer dan IPX /i.
- Installatieprogramma: Voor kaarten die softwarematig geconfigureerd kunnen worden, kan het installatieprogramma de IRQ aangeven.
- Netwerkkaart: Kijk op de kaart zelf naar de jumper settings. Hiervoor heeft u het handboek van de netwerkkaart nodig.
- MSD: Kan een Network Driver Name aangeven in de sectie "Handled By" van de IRQ status.
- NDIAGS: Diagnostisch programma dat geleverd wordt met Norton Utilities. Hierin vindt u gedetailleerde informatie over het gebruik van de COM poorten en IRQ's

Hier vindt u informatie over de IRQ instellingen van geluidskaarten:
- SET BLASTER
Dit is een DOS omgevingsinstellingen die te vinden is in het bestand AUTOEXEC.BAT. Veel populaire geluidskaarten gebruiken deze instelling. De regel ziet er als volgt uit: SET BLASTER=A220 I7 D1. De I7 suggereert dat de kaart IRQ7 gebruikt.
- Setup Programma
Kan de huidige IRQ instellingen aangeven.
- Configuratiescherm
Dit Windows programma kan de IRQ informatie in de sectie Drivers aangeven.

Zoals al eerder gezegd is geen enkele softwarematige manier om de IRQ instellingen van een apparaat te bepalen, 100 % betrouwbaar.

PCMCIA modems
Gebruikers van PCMCIA modems moeten op een aantal extra dingen letten bij het verhelpen van hardware problemen. Computers met PCMCIA kaart slots hebben Card Service, Card ID, en Socket driver instellingen die door de computerfabrikant aangegeven worden. Sommige PCMCIA modemkaarten komen met hun eigen socket drivers. Indien u problemen heeft bij het installeren van de modem, probeer dan de drivers van de modemfabrikant te gebruiken. Normaal gesproken worden de COM poort en de IRQ voor het PCMCIA slot door deze software drivers geconfigureerd. Deze drivers worden meestal in het bestand CONFIG.SYS geladen. Hier volgt een voorbeeld van een CONFIG.SYS:

DEVICE=C:\MHZ\CARDID.EXE (Bepaalt het card ID, beschikbare IRQs)
DEVICE=C:\MHZ\SS365SL.EXE /ADA=0 /SKT=1 (Socket services driver)
DEVICE=C:\MHZ\CS.EXE /IRQ=B (Card services driver)

Software configuratie
Nadat u het apparaat geconfigureerd hebt, moet u de communicatiesoftware ( en Windows) configureren zodat het modem gevonden wordt.

Aangepaste COM poorten in pcANYWHERE voor DOS configureren
In pcANYWHERE voor DOS, kunt u de Aangepaste Poortinstellingen voor een niet-standaard COM poort (bijvoorbeeld COM3 die IRQ5 gebruikt) instellen. In het Configuratie: modem scherm, verandert u hiertoe de instellingen voor Apparaat/poort: in Serieel, Aangepast. Hierna configureert u het poortadres en de IRQ overeenkomstig de instellingen op het modem.

OPMERKING:
MS-DOS herkent alleen IRQ 0 tot 7.

Aangepaste COM poorten in pcANYWHERE voor Windows configureren
Stel de juiste poort en IRQ in in het Windows Configuratiescherm en kies de communicatiepoort in pcANYWHERE voor Windows (zie hieronder). Dit geldt voor Een Host PC bellen, Een Online dienst bellen en Zelf host zijn. U dient de DOS TSR te deactiveren voordat u deze instellingen verandert.

Volg de instructies hieronder om de poorten in het Windows 3.1x Configuratiescherm in te stellen:
1. In de Programma Manager, opent u de Hoofdgroep.
2. Open het Windows Configuratiescherm.
3. Dubbelklik op Poorten. Het Poortconfiguratiescherm wordt geopend en toont 4 communicatiepoorten, COM1-COM4.
4. Dubbelklik op de COM poort voor het communicatieapparaat. Het "Instellingen voor COM#" venster wordt geopend.
5. Kies Geavanceerd.
6. Kies de IRQ knop en kies de IRQ die het apparaat moet gaan gebruiken, bijvoorbeeld IRQ5.
7. Kies de Basis I/O poortadres knop en kies "Standaard".

Volg de instructies hieronder om de poorten in Windows 95 te configureren:
1. Open het Windows 95 Configuratiescherm.
2. Dubbelklik op het icoon Systeem.
3. Kies de tab Apparaatbeheer.
4. Kies Poorten (COM & LPT). De configureerbare poorten worden getoond.
5. Kies de COM poort voor het communicatieapparaat.
6. Klik op de knop Eigenschappen.
7. Kies de tab Bronnen. Het huidige poortadres (Invoer/uitvoer bereik) en de IRQ (Interrupt aanvraag) instellingen voor de betreffende poort worden getoond.
8. Deactiveer de optie "Automatische instellingen gebruiken".
9. Dubbelklik op de "Interrupt aanvraag" regel.
10. Kies de IRQ die overeenkomt met de instellingen van de modem.

Volg de instructies hieronder om de COM poort te configureren in pcANYWHERE voor Windows:
1.Kies het menu Instellingen en kies Apparaten.
2. Selecteer het apparaat, bijvoorbeeld "Modem."
3. Klik op Bewerken. Het venster Apparaatinstellingen wordt geopend.
4. Klik op Apparaat, en kies de communicatiepoort waarvoor u in het Configuratiescherm de instellingen aangepast heeft.
5. Indien u COM Poort 3 in het Configuratiescherm geconfigureerd heeft, kiest u COM3 in pcANYWHERE. (Gebruikers van versie 1.0 moeten niet "Aangepast" kiezen.)
6. Configureer de informatie in de Modem groep.
7. Klik op OK als u de configuratie beëindigd hebt.

OPMERKING:
Indien u pcANYWHERE voor Windows Versie 1.0 gebruikt, moet u de Host Installatie nogmaals uitvoeren nadat u de communicatiepoort geconfigureerd hebt. Het icoon bevindt zich in de pcANYWHERE groep in Windows. Deactiveer de optie "DOS toepassingen uitvoeren in volledig scherm" in het Host installatiescherm. Volg de instructies voor het opnieuw opstarten van de computer of het opnieuw opstarten van Windows. Indien u de DOS host TSR wilt activeren, (nadat u vastgesteld heeft dat de modem correct functioneert), voer dan de pcANYWHERE Host Installatie opnieuw uit en activeer de betreffende optie.