[© 2004 vrij te gebruiken, mits de bron wordt vermeld.]

Internet

 

 

[<- terug]

Verschillende manieren om Internet verbindingen te maken

 

Welke apparatuur nodig is om op het Internet te kunnen komen is afhankelijk van de wijze waarop u een verbinding kunt maken met een Internet provider en de verbindingssnelheid. Een Internet provider zorgt o.a. voor de verbinding met het Internet. Daarnaast kan uw provider ook voor E-mail adressen en ruimte voor een website zorgen. Domeinnaam-hosting wordt ook meestal door de provider verzorgt. Al deze zaken staan echter los van elkaar en kunt u dus ook bij verschillende Internet providers regelen.

 

In eerste instantie is een fysieke verbinding met het Internet nodig. In veel gevallen zorgt de KPN daarvoor: dat kan de analoge telefoonlijn zijn (PSTN) of de digitale telefoonlijn (ISDN) of een (A)DSL verbinding. De telefoonlijn is er meestal al. De (A)DSL verbinding moet meestal worden aangevraagd. Veel Internet providers regelen die aanvraag.

 

Een fysieke verbinding kan op veel plaatsen in Nederland ook via het kabelnetwerk voor de televisie. Deze aansluiting moet worden aangevraagd bij de leverancier van de kabel.

 

Op enkele plaatsen in Nederland is geen kabel en/of (A)DSL verkrijgbaar, zodat alleen een telefoonverbinding mogelijk is of een dure verbinding b.v. via een sateliet. Op enkel plaatsen in Nederland is draadloos Internet mogelijk via speciale zendmasten.

De technologie die u kunt of wilt gebruiken bepaalt voornamelijk de snelheid waarmee u kunt internetten.

 

Een analoog PSTN modem is het langzaamst. Daarna komt ISDN, en daarna ADSL. SDSL is nog sneller, maar wordt beschouwd als een zakelijke oplossing en is nogal duur.

 

Internetten via de kabel kan nog sneller zijn, maar is afhankelijk van de plaats waar u woont.

Draadloos internet blijft over het algemeen beneden de capaciteit van ADSL.

[ terug]

Inbellen met een analoog modem (PSTN)

 

PSTN (Public Switched Telephone Network) Analoog

 

De langzaamste verbinding (56 Kbps download en 34 Kbps upload) met het Internet kan worden gerealiseerd met een analoog PSTN modem. Daarvoor zijn interne modems en externe modems verkrijgbaar. Een intern modem is er in twee soorten: een hardware-modem en een software modem.

 

Een hardware modem handelt de verbinding zelf af, een software modem laat dat de PC doen. Met een software modem wordt de processor van de PC dus belast, waardoor er bepaalde eisen aan de PC worden gesteld.

 

Extern modem Een intern modem (rechts) is goedkoper dan een extern modem, maar vereist wat meer kennis van de PC om deze in te bouwen.

 

Een extern modem (links) heeft als voordeel dat deze ook eenvoudig aan een ander PC kan worden gekoppeld. Ook is een extern modem d.m.v. een schakelaar aan-en-uit te zetten. (Meer over PSTN modems)

 

Intern modem

RJ09 connectorRJ9connector  

 

Alle PSTN modems worden via een telefoonkabeltje (meestal 4-polig, waarvan maar 2 polen gebruikt worden) met RJ9 connectoren (4-polige stekkertjes)verbonden met het normale telefoon-stopcontact. Dit resulteert dan ook meestal in het niet bereikbaar zijn via de telefoon als het modem gebruikt wordt.

Op de PC moet vervolgens de correcte software geïnstalleerd worden voor het modem vanaf de meegeleverde CD. Dat kan voor een intern modem wat lastiger zijn dan voor een extern modem. Een en ander kan afhangen van wat er allemaal nog meer in de PC aanwezig is.

Daarna kan een verbinding gemaakt worden via de telefoonlijn met de internet provider. Hiervoor heeft u een Internet account nodig. Er zijn gelukkig nog genoeg providers die dit gratis doen. Het is absoluut niet zo dat een gratis provider per definitie slechter bereikbaar is dan een provider waar u voor moet betalen. Gratis is evenwel een groot woord. Omdat de telefoonlijn wordt gebruikt, worden de tikken wel berekend. Voor een klein bedrag per maand leveren sommige providers korting op de telefoontikken, wat kan oplopen tot 40%. Het telefoonnummer waar de inbelverbinding gebruik van moet maken is bij veel providers een 06760-nummer. Deze wordt door de KPN apart gespecificeerd op de rekening, zodat snel berekend kan worden welke vorm voor u het voordeligst uitpakt.

 

http://gratis-internet.rubrieken.com/

 

 

Op de PC moet een inbelverbinding geconfigureerd worden. Daarmee wordt via het modem een verbinding met de Internet Provider tot stand gebracht. Hiervoor is een gebruikersnaam, een wachtwoord en een telefoonnummer nodig. Dit wordt door de Internet Provider geleverd.

Het is verstandig om de eigenschappen van de verbinding zodanig te configureren, dat de verbinding verbroken wordt als de verbinding een aantal minuten niet gebruikt wordt.

 

Vervolgens moet de browser (b.v. Internet Explorer of Netscape) geconfigureerd worden om deze inbelverbinding te gebruiken. Het is over het algemeen mogelijk om dit zodanig in te stellen dat de verbinding automatisch tot stand gebracht wordt als de browser start. Dat kan wel eens riskant zijn. Via Internet of email wordt soms een Dialer binnengehaald, welke de inbelverbinding wijzigt, waardoor b.v. een 09-nummer wordt gebeld. Wordt de verbinding automatisch gestart, dan is dat vaak niet zichtbaar. Zodanig instellen dat de inbelverbinding handmatig bevestigd moet worden is daarom verstandig.

 

[ terug]

Inbellen met een digitaal modem (ISDN)

 

ISDN (Integrated Services Digital Network) Digitaal

 

Een ISDN verbinding wijkt qua configuratie niet veel af van een PSTN-verbinding. De snelheid is echter hoger en er is ISDN-apparatuur nodig. De standaard ISDN-2 verbinding heeft 2 lijnen van 64Kbps. Beide lijnen kunnen eventueel gebundeld worden (multilink), zodat een verbinding van 128Kbps gerealiseerd kan worden.

 

Ook bij ISDN kan gebruik gemaakt worden van een interne ISDN-kaart (een speciale netwerkkaart) of  een extern ISDN-apparaat (aangesloten op een USB-poort van de PC).

 

RJ45 connector

Het ISDN-apparaat moet worden aangesloten op een stopcontact voor digitale toestellen. Een standaard ISDN-kabel is 4 polig, maar heeft een grotere 8-polige connector (RJ45).

 

Het stopcontact is onderdeel van de S0-bus vanuit het NT1-kastje, waar de lijnen binnen komen. Alle digitale ISDN-apparaten worden achter elkaar aangesloten op deze "bus". Het lijkt op een serie-schakeling. Is de S0-bus langer dan 10 m. dan dient de S0-bus te worden afgesloten met een afsluitweerstand (terminator).

ISDN S0 busOp één van de ISDN-aansluitingen op het NT1-kastje wordt op een telefooncentrale aangesloten, waarop dan de "ouderwetse" analoge telefoontoestellen worden aangesloten, en de andere ISDN-aansluiting gaat dan met een CAT5-kabel (RJ45-connectoren) naar de ISDN-kaart of het ISDN-USB-apparaat.  Ondanks het feit dat dan 1 verbinding naar de centrale gaat kunnen toch beide lijnen "gemultilinked" worden voor de PC.

 

Worden beide lijnen door de PC gebruikt, dan is telefoonverkeer niet meer mogelijk. Wordt één lijn gebruikt, dan is telefoneren op de andere lijn nog mogelijk. Internetten en tegelijk telefoneren is dan mogelijk.

 

Met een ISDN router is het ook mogelijk een netwerk(je) te voorzien van een Internetverbinding. Bel ons, indien u daar meer van wilt weten.

 
CAT5

Een CAT5 of CAT5E kabel is een "normale" netwerkkabel met RJ45 connectoren, en deze kan ook voor ISDN gebruikt worden.

Bij het installeren van de software dient bepaald te worden of er ook software geïnstalleerd dient te worden voor een emulatie van een analoog modem. Dit is b.v. nodig als u via de PC wilt faxen of gebruik wilt maken van Girotel. Niet bij elke ISDN-kaart zit de modem-emulatiesoftware.

Na het installeren van de hardware en de bijbehorende drivers moet ook voor een ISDN-verbinding een inbelverbinding worden gemaakt. Daarvoor gelden dezelfde waarschuwingen als voor een verbinding via een analoge lijn. Verder moet bepaald worden of de verbinding van één lijn of van beide lijnen gebruik mag maken. Als multilink gewenst is, dan dient de Internet Provider die mogelijkheid ook te bieden. Anders probeert de inbelverbinding steeds twee verbindingen tot stand te brengen, waarvan er één wordt afgewezen. U betaalt echter wel voor elke mislukte poging omdat de verbinding heel even gemaakt is.

[ terug]

Internet via (A/S)DSL

 

ADSL Asynchroon Digital Subscriber Line

 

Omdat slechts een klein deel van de capaciteit van de telefoonlijn benut wordt voor spraak, is het mogelijk diezelfde telefoonlijn te gebruiken voor zowel spraak als data. De bandbreedte (reeks van frequenties) welke voor spraak gebruikt wordt zit tussen de 0 en 3400 Hz. Door voor de data frequenties te gebruiken boven de 25 Khz kan spraak en data samen over hetzelfde kabeltje.

 

Bij ADSL wordt voor het versturen (upstream) een deel kleiner deel van de beschikbare frequenties gebruikt dan voor het ontvangen van data (downstream). Daardoor is de upload snelheid en de download snelheid bij ADSL verschillend.

 

Bij gewone PSTN-modems, wordt het data-signaal "vertaald" in een signaal uit het gebied voor de spraakfrequenties. Dit is echter maar een klein deel van de totale capaciteit van de telefoonlijn. Door die andere frequenties ook te benutten wordt de doorvoersnelheid enorm vergroot. ADSL is daardoor een heel stuk sneller. De snelheid (down) kan daardoor theoretisch wel boven de 7 Mbps (7000kbps - een analoog modem 56Kbps) uitkomen (praktisch is dit nu 2 Mbps down en 1 Mbps Kbps up).

 

Ook voor ADSL geldt dat er verschil bestaat tussen de fysieke verbinding en de toegang tot Internet. KPN is de belangrijkste leverancier voor de fysieke verbinding voor ADSL. Als verder niets verlangd wordt, zoals emailadressen of webspace, dan kan bij de KPN een ADSL-verbinding worden aangevraagd, waarbij de KPN ook de Internet Provider is (Direct ADSL). Meestal kunnen bestaande email-accounts bij andere providers behouden blijven. U hoeft daarom niet van emailadres te veranderen als u een ADSL-verbinding aanvraagt.  ADSL-netwerk

 

Helaas zijn er enige beperkingen. Zo is de afstand tot de centrale van belang. Is de afstand te groot, dan zit er waarschijnlijk ergens een versterker voor het telefoonsignaal in de grond of in een kastje tussen u en de centrale. Deze zijn niet aangepast voor de splitsing van het signaal in spraak en data. Of er zit misschien ergens een stuk glasvezel in de verbinding.

 

In beide gevallen is het dan niet mogelijk om een ADSL verbinding te gebruiken. Het is daarom van belang een postcode-test te doen, zodat bepaald kan worden of op uw adres ADSL kan worden gebruikt.

 

Is op een adres ADSL beschikbaar, dan kan men een vaste en snelle verbinding met het Internet realiseren, waarbij niet ingebeld hoeft te worden elke keer als de browser gestart wordt.

 

[ terug]

 

SDSL Symmetric Digital Subscriber Line

 

Bij deze vorm van DSL is de upload en downloadsnelheid hetzelfde en wordt beschouwd als een zakelijke oplossing voor bedrijven, die ook b.v. de verbinding willen gebruiken om netwerken aan elkaar te koppelen of die zelf webservers willen hosten. In die gevallen is de upload snelheid net zo belangrijk als de download snelheid.

 

De prijs voor een DSL-verbinding ligt dan ook ergens tussen € 200 en € 500 per maand.

Voor SDSL wordt echter de volledige lijn gebruikt. Voor spraak dient een andere lijn gebruikt te worden. Er is dus een dedicated line voor SDSL nodig

 

In veel gevallen wordt de bandbreedte van een DSL-verbinding maar voor een deel gegarandeerd. Zijn garanties voor een bepaalde bandbreedte noodzakelijk, dan moet daar meestal fors voor worden betaald. Het is namelijk redelijk gewoon dat DSL verbindingen worden gedeeld door meerdere gebruikers, waardoor de beschikbare bandbreedte kan teruglopen. Hoe hoger de gegarandeerde bandbreedte, des te minder gebruikers van dezelfde lijn gebruik zullen maken. Dit wordt aangegeven met een overboekingsfactor. Hoe hoger de factor, hoe meer gebruikers van de zelfde lijnverbinding naar de centrale gebruik kunnen maken. Gegarandeerde bandbreedte wordt dan gerealiseerd door bepaalde frequentieranges toe te wijzen aan een gebruiker. 

 

Ook ADSL verbindingen worden overgeboekt, zodat de beschikbare bandbreedte van een ADSL-verbinding ook wel eens kan tegenvallen op bepaalde "piek-tijden" als veel mensen gelijktijdig internetten op de zelfde lijn naar de centrale.

 

Er zijn nog meer varianten van DSL:

  • HDSL (high-bit-rate digital subscriber line) is symmetrisch en nog sneller dan een SDSL lijn

  • RADSL (rate adaptive digital subscriber line) bepaalt individueel, per verbinding de snelheid die op die lijn mogelijk is.

  • IDSL (ISDN DSL), de always-on versie van ISDN. Ook ISDN zelf is eigenlijk een variant van DSL.

  • VDSL (very high-speed digital subscriber line), waarmee snelheden tot 52 Mbps mogelijk zijn.

ADSL apparatuur

 

Voor een ADSL verbinding is een splitter nodig welke de data van de spraak scheidt, een ADSL modem en bij voorkeur een router om het internetverkeer te regelen. De router is niet noodzakelijk. Veel providers bieden een USB-modem aan. Deze is goedkoper (vaak gratis), maar zorgt er voor dat de PC direct met het Internet is verbonden, waardoor beveiliging van de PC een belangrijke zaak wordt. Ook wordt de verbinding met Internet verbroken als de PC wordt uitgezet. Bij het opstarten van de PC moet de verbinding weer worden hersteld, en dat gebeurt weer op de normale manier met een inbelverbinding, welke op de PC moet worden geconfigureerd.

ADSL-apparatuur

Een ADSLmodem/router/switch is 3 apparaten in één, waar over het algemeen 4 PC's op aangesloten kunnen worden. Dit kunnen er ook meer worden als één van de switch-poorten (LAN-poorten) wordt verbonden met een tweede switch met meer poorten.

 

Het USB-modem is alleen een modem en wordt met een USB-A/B kabel verbonden met één PC. Op de PC moet software (een driver) geïnstalleerd worden om het USB-modem te kunnen gebruiken. Ook beveiligingssoftware (firewall) moet op de PC geïnstalleerd worden. De complexiteit hiervan is een argument om niet voor een USB-modem te kiezen. De beveiliging met een router is aanmerkelijk eenvoudiger.

 

Er is ook een variant van de modem/router/switch met een geïntegreerd WiFi accesspoint, zodat b.v. ook een laptop met een WiFi-netwerkkaart draadloos het Internet op kan.

 

[ terug]

ISDN of PSTN

 

De noodzakelijke apparatuur is verschillend voor een analoge verbinding en een ISDN verbinding. De analoge apparatuur heeft de typering AnnexA, en de ISDN-apparatuur AnnexB.

Bij het afsluiten van een ADSL contract dient te worden opgegeven of u een analoge lijn of ISDN heeft.

AansluitenADSL-splitter

 

Splitter

 

Let er op dat de correcte splitter gebruikt wordt. Er zijn verschillende soorten. De eenvoudigste is een klein blokje met 3 RJ9 stopcontactjes (line, phone en data of ADSL ).  Er zijn ook wat grotere splitters (b.v. voor ISDN), maar de essentie blijft hetzelfde; ook die hebben die drie aansluitmogelijkheden.

 

ISRA-puntLine gaat met een RJ9 kabeltje (en eventueel gewone telefoonstekkers) naar het hoofdstopcontact. Is er geen hoofdstopcontact, dan is er een ISRA-punt. Dat is de plek waar de kabel het pand binnenkomt. Hier moet dan de splitter op aangesloten worden.

 

 

Foute aansluiting

 

De telefoonaansluitingen mogen niet meer op het hoofdstopcontact (of het ISRA-punt) worden aangesloten. De telefoonaansluiting komt op de telefoonaansluiting van de splitter. Ook weer met een RJ9 kabeltje. Als dit gerealiseerd is moeten alle telefoons het weer gewoon doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij een ISDN-verbinding wordt de splitter vóór het NT1 kastje geplaatst.

ISDN/ADSL NT1

Eventueel rechtstreeks op het ISRA-punt, anders op een eventueel aanwezige aansluitdoos. Die aansluitdoos kunt u er eventueel zelf tussen plaatsen

ISDN/ADSL NT1

Aansluitdoos

 

De KPN heeft wel een aardig duidelijke handleiding voor de installatie van de splitter. Deze kan hier gevonden worden (= PDF; een Adobe Acrobat bestand) Eventueel ook hier. (705Kb PDF-bestand)

Bij mogelijke problemen, kan getest worden of de splitter de oorzaak is, door de splitter even er tussenuit te halen om te kijken of dan wel Internet verkeer mogelijk is. U kunt dan even niet bellen. Kunt u echter dan wel Internetten, dan is de splitter de oorzaak van de storing.

[ terug]

ADSL-Modem

 

Het ADSL modem wordt met de splitter verbonden met een gewoon RJ9 kabeltje. Gebruik de WAN-poort van het modem en verbindt deze met de data/ADSL uitgang van de splitter.

USB A/B

Voor het USB-modem moet vervolgens het USB A/B kabeltje gebruikt worden om het modem met de PC te verbinden. Het platte stekkertje van de AB kabel gaat in een USB-poort van de PC. Het huisje-vormige stekkertje gaat in het modem.USB kabel

 

Let op!! Voordat USB-apparaten worden aangesloten moet meestal eerst de software geïnstalleerd worden. De meeste providers leveren goede software bij het USB-modem, welke automatisch start en waarin precies wordt aangegeven wanneer het modem kan worden aangesloten.

De modem/router/switch wordt met de netwerkkaart in de PC's verbonden met een UTP CAT5 kabel (een gewone netwerkkabel) met RJ45-connectoren. (8-polig)CAT5

Hierbij is het niet erg belangrijk of de software voor de netwerkkaart al is geïnstalleerd. Dat kan ook achteraf. De PC heeft dus wel een netwerkkaart nodig. Is de netwerkkaart ingebouwd, dan moet de PC worden opgestart en de driver voor de netwerkkaart geïnstalleerd worden. Wordt b.v. Windows XP gebruikt, dan zal veelal de kaart door PnP (Plug and Play) gedetecteerd worden en er zal eventueel om de diskette of de CD worden gevraagd die bij de netwerkkaart is meegeleverd. Het TCP/IP protocol dient ook geïnstalleerd te worden. Dat zal vaak automatisch gaan, maar als dat niet zo is (zoals bij sommige oudere besturingssystemen, dan dient dat alsnog te gebeuren. Zie hiervoor de netwerkpagina's op deze site.

Zijn alle drivers en het TCP/IP protocol geïnstalleerd, dan kan de verbinding geconfigureerd worden. Voor het USB-modem is dat een inbelverbinding. Voor de modem/router/switch geldt dat de router moet worden geconfigureerd. Dit laatste wordt veelal gerealiseerd door de ADSL-software te gebruiken welke bij het modem is meegeleverd.

 

In beide gevallen geldt dat u uw gebruikersgegevens bij de hand moet hebben. Deze heeft u op papier van de Internet Provider gekregen. De meegeleverde software zorgt in veel gevallen voor de configuratie van zowel de inbelverbinding voor het USB-modem, als voor de configuratie van de modem/router/switch.

 

Op de PC, welke via het USB-modem is aangesloten dient vervolgens firewall-software te worden geïnstalleerd en uiteraard ook goede en actuele anti-virus software. Dat bent u niet alleen verplicht om uw eigen PC te beschermen, maar ook voor de bescherming van anderen op het Internet. De belangrijkste verspreiders van virussen zijn mensen die dit niet doen.  U heeft dus ook een morele verplichting om uw PC te beschermen.

Helaas is het nog steeds zo dat Internet Providers niet standaard E-mail scannen op virussen, terwijl zij zeker deze morele verplichting hebben.

 

De configuratie met een modem/router/switch biedt een betere bescherming tegen "aanvallen" vanaf het Internet. De meeste routers hebben de mogelijkheid om NAT (Network Address Translation" in te stellen. Daarmee wordt uw PC tot op zekere hoogte afgeschermd van het Internet. De PC is dan geen onderdeel van het Internet. Zie Beveiliging met een router.

 

Het is ook mogelijk met een router z.g. packetfilters te installeren, om alleen bepaald soort netwerkverkeer toe te staan. Met name hierdoor kan netwerkverkeer van buiten naar binnen geblokkeerd worden door "poorten" dicht te zetten. Computerprogramma's die van het netwerk gebruik willen maken doen dat via één of meerdere poorten. Er kunnen nogal wat verschillende poorten open staan, door de programma's die op de computers zijn geïnstalleerd. Een groot deel van die poorten is echter alleen bedoeld voor communicatie op het interne netwerk. Ze staan echter vaak ook open voor communicatie vanaf het Internet, en dat is riskant.

 

Een veel voorkomende fout, welke vooral ernstig kan zijn op PC's met een USB-modem, is dat de Client voor Microsoft netwerken gekoppeld is aan de Internet-verbinding. (Bill Gates zou blij zijn als het Internet een Microsoft netwerk was). Dit is een ernstige fout, omdat hierdoor poorten open gezet worden die niet goed te beveiligen zijn. Als daarnaast ook nog bestands- en printerdeling is gekoppeld aan de internetverbinding, dan worden alle mappen, welke op het interne netwerk gedeeld worden, ook zichtbaar op het Internet.

 

Verder zorgt de router voor het toewijzen van private IP-adressen aan de PC's op het interne netwerk(je) door de DHCP-functie.

 

De router kan vaak "op afstand" geconfigureerd worden. Bedoeling hiervan is dat de instellingen gewijzigd kunnen worden via een PC in het interne netwerk. Meestal kan dat via de webbrowser (Internet Explorer/Netscape). Gelukkig is bij de meeste routers de standaard instelling dat dit via het Internet niet kan, echter een slecht geconfigureerde router heeft misschien wel de instelling dat deze via het Internet kan worden gewijzigd. Dit gebeurt nogal eens als het beheer door een derde persoon wordt uitgevoerd via het Internet. Heel riskant, want de aanmelding (gebruikersnaam en wachtwoord opgeven), is vaak niet beveiligd, waardoor een hacker mogelijk achter het wachtwoord voor de router kan komen. Dit kan helemaal ernstig zijn, als het standaard wachtwoord voor de router niet is gewijzigd. Elk merk/type router heeft een standaard wachtwoord, en dat zal een eventuele hacker natuurlijk als eerste proberen om op uw netwerk binnen te komen.

 

Samengevat: leuk dat snel Internetten en altijd online zijn, doch ook riskant. Beveiliging is geen luxe, maar gewoon noodzakelijk.

[ terug]

Internet via de kabel

 

In bepaalde gebieden van Nederland kan via de aansluiting op het televisie-kabelnetwerk (CAI) een internet-verbinding gerealiseerd worden. Hiervoor moet evenwel het kabelnetwerk zijn aangepast. En helaas is dat voor sommige "onrendabele" gebieden nog niet gedaan.

 

Net als bij de telefoonlijn voor ADSL kunnen over de coax aansluiting kunnen meerdere frequenties gaan. Bepaalde frequenties worden gebruikt voor het radio en tv signaal en andere frequenties voor het internetverkeer. Het kabelmodem moduleert en demoduleert de frequenties voor het internetverkeer. De frequenties voor het downstream internet verkeer bevinden zich tussen 42MHz and 750 MHz. De frequenties voor het upstream internet verkeer zitten tussen 5 Mhz en 40 Mhz.

 

U heeft nodig: een USB-modem of een kabelmodem en een netwerkkaart in de PC. Beide worden door de provider geleverd waarbij u zich aanmeld.

 

Ook hier is het van belang niet rechtsreeks met het Internet verbonden te worden. Laat u niet verleiden tot een USB-modem. Een modem verbonden met een netwerkkaart in de PC biedt de mogelijkheid om tussen modem en PC een router te plaatsen. Een switch kan eventueel geïntegreerd zijn in de router, zodat meerdere PC's van de Internetverbinding gebruik kunnen maken. Een router biedt de mogelijkheid om netwerkverkeer te regulieren, zodat het interne netwerk(je) beter beschermd is. Zie Beveiliging met een router.

 

In sommige gebieden is het aantal gebruikers op dezelfde kabel zo groot, dat de prestaties waarmee de provider adverteert, niet worden waargemaakt. Bij een kabelverbinding wordt de PC als het ware een client in het kabelnetwerk. En in alle netwerken geldt: hoe meer werkstations des te meer "last" je van elkaar kunt krijgen. Informeer in uw omgeving.

 

Kijk voor een overzicht van alle kabel-internet providers op www.coax.nl. De kabel Internet belangenvereniging Nederland. Of klik hier voor een overzicht.

 

Net als bij ADSL is kabel-Internet verkrijgbaar in verschillende snelheden. Maximale upstream is meestal ± 4 Mbps en downstream tot 2 Mbps. Hoewel de kabel-providers hun best doen te demonstreren dat via de COAX-kabel snelheden boven de 10Mbps gehaald kunnen worden.

 

Er zijn meerdere modulatie schema’s, echter de twee populairste zijn QPSK, waarmee maximale snelheden worden behaald tot 10 Mbps (=1250 KB/sec) en QAM64, waarmee maximale snelheden worden behaald tot 36 Mbps (=4500 KB/sec). Deze snelheden vallen in praktijk echter lager uit door de volgende beperkende factoren:

  • De kabelnetwerken zijn nog niet geschikt om het volledige frequentiespectrum te gebruiken
     

  • De meeste kabelinternet providers knijpen de verbinding af, waardoor b.v. een maximale downstream van 512 kbps en een maximale upstream van 128 Kbps wordt bepaald.
     

  • De kwaliteit van de kabelverbinding. De kwaliteit van de kabelverbinding is afhankelijk van twee factoren. Ten eerste is de lengte en de kwaliteit van de kabel tussen de CAI-wandcontactdoos en de centrale van belang. Ten tweede is de lengte en de kwaliteit van coax-kabel in huis bepalend voor de snelheid.

Momenteel kunnen er via kabelinternet maximaal snelheden tot 6Mbps worden gehaald.
 

Ook de prijzen variëren sterk: van €15,- tot € 80,- per maand. Let ook op de aansluitkosten, daar wordt soms mee gestunt. Helaas is er meestal niet veel keus, omdat één provider meestal een bepaald gebied beheerst. Daar komt in de toekomst mogelijk verandering in.

 

[ terug]

 

Draadloos Internet

 

Draadloos een verbinding maken met Internet kan op verschillende manieren:

 

Via een satelliet-verbinding met als varianten: One-way en Two-way

Of via straalzenders

 

 

 

[ terug]

 

Satelliet-verbinding One-way

 

De "goedkope" variant maakt gebruik van een normale schotelantenne, welke ook gebruikt kan worden voor ontvangst van tv-signalen via de satelliet. Door eventueel een dubbele LNB te gebruiken, of een enkele met twee aansluitingen, is het combineren met TV-ontvangst zelfs mogelijk, als de provider dezelfde satelliet gebruikt als welke u voor TV-ontvangst gebruikt.

Voor het versturen van gegevens naar het Internet wordt een gewone telefoonverbinding gemaakt met de provider. Voor het ontvangen is een DVD-kaart nodig. Een DVB-kaart is een satelliet-ontvanger voor in de PC. Welke DVB-kaart u kunt gebruiken zal afhangen van de provider.

In Nederland staat Satelliet-Internet nog in de kinderschoenen. Er zijn weinig providers. Deze methode is ook een stuk duurder door een aantal factoren: weinig gangbare hardware (DVB kaart is daardoor niet echt goedkoop) en u bent nog niet van uw telefoontikken af. De downstream is echter aanmerkelijk sneller dan via de telefoonlijn. Voor gebieden waar dus geen ADSL of kabel beschikbaar is voor Internet kan dit daarom de oplossing zijn om toch sneller te kunnen internetten.

De schotel is niet echt een grote kostenfactor. Maar u moet de schotel wel kunnen plaatsen en kunnen richten op de juiste satelliet. Welke satelliet daarvoor gebruikt kan worden hangt weer af van de provider. En er is helaas niet veel keus.

Een paar voorbeelden

http://www.bysky.nl  (gebruikt ASTRA)

http://www.hertzinger.nl

Europe-online biedt complete pakketten inclusief abonnement aan voor redelijke prijzen.

Afhankelijk van wat u al heeft kunt u een pakket bestellen. DVB-kaart, USB-DVBbox, schotel en abonnement zijn in elke combinatie te bestellen. Het abonnement is € 15,- per maand voor een downloadsnelheid tot 768 Kbps, maar heeft een surf limiet van 500Mb/maand. Er zijn wel extra services, zoals het laten downloaden van files door de provider (tot 1Gb/maand met een snelheid van 2 Mbps(!!)) en een gratis film per maand.

Ze leveren evenwel geen inbel-mogelijkheid, daarvoor heeft u nog een andere provider nodig.

 

(Een USB-DVBbox levert de mogelijkheid om ook een laptop van een dergelijke verbinding te voorzien, omdat daarin geen DVB-kaart kan worden ingebouwd.

 

 

BySky heeft wel ook een inbelmogelijkheid, maar de abonnementprijzen liggen hoger. (€ 16,95 voor een download snelheid van 256 Kbps.) Heeft u echter al een schotel (en een universele LNB) voor TV (voor Astra) dan is die bruikbaar in combinatie met BySky

 

 

[ terug]

Satelliet-verbinding Two-way

 

Bij deze vorm is een zend-ontvang-installatie nodig. Dat betekent in de praktijk een andere schotel dan waarmee TV wordt ontvangen. De satelliet is overigens toch een andere dan waarmee TV-ontvangst mogelijk is. (Atlantic Bird 1 & 2, Eutelsat W1 & W3).

Vanwege de forse investering, welke nodig is voor deze toepassing, wordt dit vaak als bedrijfsoplossing beschouwd. Voor particulieren is dit nauwelijks interessant.

Op de grond heeft de provider ergens een HUB. Dat is het zend-ontvangst-station van de provider, welke toegang geeft tot het bekabelde Internet. Deze staat vaak ergens in Europa (Frankrijk - Italië).

Het modem (de zend/ontvangst installatie) is net als bij een ADSL-USB-modem meestal alleen een modem, zodat tussen de PC's en het modem weer een router voor de bescherming van het interne netwerk nodig is. (Zie Beveiliging met een router) Voor aansluiting van meerdere PC's is de switch weer nodig. router en switch kunnen geïntegreerd zijn, maar als meer dan 4 PC's moeten worden aangesloten is een aparte grotere switch (met meer poorten) nodig.

Hierboven: een indoor-unit. Dit is een zend-ontvang modem. Deze wordt met 2 coax kabels verbonden met de LNB van de schotel, wat de outdoor-unit wordt genoemd. Deze apparatuur is kostbaar. Afhankelijk van de schotelomvang kan dat oplopen tot € 2400,- exclusief BTW en installatiekosten. Daar komen de kosten voor de verbinding nog bovenop. Afhankelijk van de gewenste bandbreedte variërend van € 150 tot € 600 per maand (ex BTW). Ook moet voor extra diensten vaak worden bijbetaald (zoals b.v. voor een VPN verbinding) 

Wat voor schotel nodig is hangt weer af van de positie t.o.v. de sateliet. Nederland heeft wat dat betreft een gunstige positie. Meestal is de kleinste schotel al voldoende.

 

Gebied wat Eutelsat W1 bestrijkt

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

 

 

 

 

Gebied wat Atlantic Bird 2 bestrijkt

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

BySky heeft een two-way abonnement voor € 90,- met een downloadsnelheid van 512 Kbps en een upload van 128 Kbps. Alleen is de benodigde hardware ook erg duur.

 

[ terug]

Straalverbinding

 

 

In sommige regio's van Nederland is het mogelijk een Internet-verbinding te realiseren via straalzenders. Enkele bedrijven hebben het initiatief genomen verspreid door diverse regio's zend/ontvangst-masten te plaatsen. Met behulp van een speciaal modem kan men hiermee verbinding maken en op die manier internetten.

Ook hier geldt weer meestal dat het modem de PC direct met het Internet verbindt. Een router is hierbij dus ook geen luxe i.v.m. de beveiliging. (zie Beveiliging met een router.) Daardoor is het dan ook weer mogelijk meer dan één PC een Internet-verbinding te geven.

 

In uw omgeving moet een centrale antenne staan. Om daar verbinding mee te maken heeft u een kleine ontvanger nodig en een abonnement.
Er zijn twee types ontvanger beschikbaar; een USB en een Ethernet variant. Beide zijn zeer eenvoudig door u zelf aan te sluiten. Een vrij zicht op de centrale antenne is met deze techniek niet nodig. De kwaliteit van de ontvangst is wel afhankelijk van de sterkte van het signaal. Als het signaal niet sterk genoeg is kan in een aantal gevallen nog gebruik worden gemaakt van een speciale externe antenne.

De zendmast zend uit op de 2,4 Ghz band (dezelfde frequentie van b.v. een magnetron).  De leverancier claimt evenwel dat deze apparaten elkaar niet storen, tenzij ze erg dicht bij elkaar gezet worden. Weersinvloeden lijken nauwelijks de verbinding te beïnvloeden.

Voorbeelden van Providers welke via straalverbindingen Internet aanbieden:

 

SkyAccess van Introweb   ( http://www.introweb.nl)

 

Wirefree van Progress 

[ terug]

Nieuwe technologiën: Internet via het stopcontact??

Netwerken (lokaal) kan al wel via het stopcontact via Power Lan setjes

[ terug naar start van de pagina]

 

Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Verantwoordelijkheid voor een correcte installatie wordt door ZWAGA.COM uitsluitend geaccepteerd, indien de installatie volledig door ZWAGA.COM is uitgevoerd.

© 2004 ZWAGA.COM

16 april 2004